Een boek schrijven in een maand, zo doe je dat.

Een miljoen Nederlanders droomt er van om “ooit” een boek te schrijven. Dat imposante aantal circuleert al jaren op internet. NRC checkte het ooit en ook al blijkt het niet helemaal betrouwbaar, nog steeds zijn er vele tienduizenden mensen in ons land die het liefst van schrijven hun werk maken. Ook ik was één van deze vele dromers, tot ik de manier vond die werkte. Ik schreef mijn eerste boek in een maand tijd. Wil je weten hoe een boek schrijven ook voor jou werkelijkheid kan worden, zelfs in korte tijd? Ik deel in deze blog mijn tips.

boek schrijven

Een eigen boek schrijven


Jaren speelde ik ook met de wens om auteur te worden, deed zelfs weleens een halfbakken poging om een boek te schrijven, maar die strandde altijd na een aantal pagina’s. In het dagelijks leven werk ik als communicatieadviseur, kom continu in aanraking met taal en schrijf regelmatig teksten. Maar een boek was er tot nu toe niet van gekomen.

Visualiseren

Een tijdje geleden volgde ik een training, waarbij doelen stellen aan de orde kwam. Ik moest mijn ogen dichtdoen en visualiseren hoe ik er over vijf jaar bij zou willen zitten, op álle vlakken. Mijn uiterlijk (een stuk slanker dan nu, natuurlijk!), mijn privéleven (liefst nog steeds met dezelfde man en kids in ons fijne huis) en ten slotte mijn werk. En wat ik daar zag verbaasde mij. Ik zag namelijk geen kantoortuin meer, maar een mooie lichte werkkamer waarin ik zat te werken aan een boek. Mijn eigen boek. En dat was voor mij het moment waarop ik dacht: nu moet ik er écht mee aan de slag.

Schrijven, bloggen, schrijven

De afgelopen jaren was het me niet gelukt. En als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. Dus ik besefte dat ik nu wel iets moest veranderen. Letterlijk op dat moment kwam er op mijn Facebook-tijdlijn een berichtje langs van Onlybyme, met daarin een oproep voor lifestyle-bloggers. Ik besloot te ‘solliciteren’ en inmiddels schrijf ik alweer een tijdje reviews en contentblogs voor Only. Daar leerde ik veel van, maar daarnaast gebeurde er iets geweldigs: mijn schrijfbloed ging weer stromen. De ene na de andere blog vloog uit mijn toetsenbord en ook mijn eigen ideeënmachine sloeg op hol. Door een achteloze opmerking van één van mijn kinderen plopte ergens begin dit jaar hét verhaal voor een kinderboek in mijn hoofd. Ik besloot mee te doen aan een virtueel schrijverskamp in april en stelde mijzelf een doel. In die maand zou ik het boek schrijven. En dat is gelukt! Oké, stiekem was het anderhalve maand, want ik kon natuurlijk niet wachten en ben half maart al begonnen. Maar voor het mei werd was mijn eerste concept klaar. Ik nam nog wat tijd om het te herschrijven en wat witte vlekken in te vullen, en toen was het allerspannendste moment aangebroken: ik liet mijn boek aan iemand anders lezen.

Feedback ontvangen

Het verhaal voelt als mijn eigen kind. De bevalling duurde een stuk langer en was minimaal net zo zwaar, maar je krijgt er zoveel moois voor terug. Vind ik dan, hè? Tegelijkertijd besef ik ook dat je als moeder je eigen kind altijd prachtig vindt, ook al heb je een driekoppige draak met wrattenziekte gebaard. En dus trok ik mijn figuurlijke harnas aan en drukte mijn familie en vrienden op het hart dat ze écht eerlijk mochten zijn. En dat heb ik geweten! Ik kreeg véél feedback, maar gelukkig hele nuttige, en bovendien voerden enthousiaste reacties de boventoon. De grootste criticus was mijn eigen zoon. Precies de doelgroep en dus een waardevolle proeflezer. Maar hij spaarde zijn lieve moedertje niet. Met droge ogen noteerde hij in zijn schriftje dingen als:

“Deze zin loopt niet. Als het héél belangrijk is moet je hem duidelijker opschrijven en anders gewoon schrappen!!!”

(Die drie uitroeptekens stonden er echt achter!) Ik geloof echt dat van dit commentaar mijn boek een stuk beter is geworden. Graag deel ik met jullie de lessen die ik in deze schrijfperiode heb geleerd. Waarom is het mij dit keer wel gelukt?

 

Mijn geleerde lessen deze schrijfmaand

1. Ik stelde een heel concreet doel

Ik besloot dat mijn kinderboek minimaal 30.000 woorden moest tellen voor het eind van de maand om was. Een x aantal woorden in een x aantal dagen. Dat kun je terugrekenen, waardoor je precies weet hoeveel woorden je gemiddeld per dag moet schrijven. Er zijn diverse online tools die je hierbij kunnen helpen. Voor mij kwam het neer op ongeveer 1000 woorden per dag. Iets minder omdat ik eerder begon. Op dagen dat ik vrij was, of plotseling heel veel inspiratie had, tikte ik wat extra. Zo had ik een buffer voor de dagen dat het wat minder ging, of dat het privé of op het werk te druk was om nog wat schrijftijd in mijn schema te proppen.

2. Ik deelde mijn doel

Vastberaden als ik was, deelde ik mijn voornemen met andere mensen. Jongens, ik werk aan een boek. Best griezelig, maar tegelijkertijd een mooie stok achter de deur. Want je wil natuurlijk geen gezichtsverlies lijden door later tegen al die mensen te moeten zeggen dat het niet is gelukt. Dat je verhaal na drie pagina’s ergens op een plank is beland. Ik dekte mijzelf natuurlijk wel enorm in wat betreft de kwaliteit. Ik heb nog nooit een boek geschreven, dus geen idee of het wat wordt, maar die woorden komen er. Daarna zien we wel verder!

3. Ik maakte vooraf een frame voor mijn verhaal

Er zijn grofweg twee soorten schrijvers: planners en pantsers. Planners denken het liefst hun hele boek al uit voor ze één letter op papier hebben. Ze hebben een plot, weten ongeveer wat er in welk hoofdstuk gaat gebeuren en kennen hun hoofdpersonen al van haver tot gort. Dan de pantsers. Dat zijn mensen die zich laten verrassen door hun verhaal. Ze beginnen gewoon met schrijven. Stappen gewoon de weg op zonder te weten of het een snelweg is of een zijpaadje en welke kant ze op moeten. Zo iemand ben ik. Tijdens het schrijven overkomt het mij regelmatig dat mijn hoofdpersoon iets doet wat ik niet had gedacht. Toch heb ik dit keer de moeite genomen om vooraf na te denken. Dat ging écht tegen mijn gevoel in, maar het kon geen kwaad om het dit keer anders aan te pakken. Ik maakte een korte samenvatting van het verhaal in mijn hoofd en verdeelde dit in hoofdstukken. Gaandeweg heb ik geschrapt en geschoven, maar de kapstok is overeind gebleven. En dat was eigenlijk heel prettig, want ik had steeds een stip op de horizon, ik wist waar mijn verhaal uiteindelijk naartoe ging en liet mij onderweg verrassen door kabbelende beekjes en olifantenpaadjes. Het advies om een frame te maken kreeg ik van een andere schrijfster, Jojanneke Buschgens, toen ik haar onlangs interviewde over haar boek Salomé.

4. Ik schakelde mijn innerlijke redacteur uit

Beroepsmatig redigeer ik de hele dag teksten. Het allermoeilijkste van het hele schrijfproces was het uitschakelen van die kritische blik op mijn eigen werk. Want anders maak je geen meters. Door eerst je verhaal op te schrijven en pas helemaal op het eind te gaan herschrijven, creëer je een flow. Voor mij een hele nieuwe ervaring. Ik moest af en toe echt op mijn handen gaan zitten, en soms kon ik mijzelf niet bedwingen en heb ik tussentijds toch iets geschrapt of aangepast. Maar toen ik de kunst van ‘ongefilterd’ schrijven eenmaal in de vingers had, ging het als een trein.

5. Ik sloot me aan bij een online schrijfgroep

In de maand april deed ik mee aan een digitaal schrijfkamp: Camp Nanowrimo.  Deze vreselijke afkorting staat voor National Novel Writing Month. In een virtuele cabin deelde ik met een klein groepje mede-wannabe-schrijvers uit heel Europa onze worstelingen en successen. Zij liepen tegen dezelfde dingen op en we konden elkaar motiveren en helpen. Woordsprints (binnen een vastgestelde tijd zoveel mogelijk woorden tikken) zijn een effectieve manier om voortgang te maken in je verhaal. Nano is een gratis initiatief en in juli is er opnieuw een Camp, waarbij je je eigen doelen kan stellen. Of je nu 5 of 500 pagina’s wil schrijven, fictie of toneelstuk, alles kan en mag. Camp Nano is afgeleid van het oorspronkelijke Nanowrimo, die elk jaar in november plaatsvindt. Dit event is iets strikter, het is dan de bedoeling dat je in één maand een volledige roman schrijft van minimaal 50.000 woorden. Daarnaast zijn er natuurlijk veel andere manieren om in contact te komen met andere schrijvers. In diverse plaatsen in Nederland zijn er schrijfcafés en ook in veel bibliotheken en buurthuizen worden bijeenkomsten en initiatieven georganiseerd om schrijvers bij elkaar te brengen. Ook op internet stikt het van de websites, forums en schrijfgroepen. Vind iets dat bij jou past.

En nu? Op zoek naar een uitgever!

Nu het verhaal toch is geboren wil ik hem ook zien opgroeien. Hoe gaaf zou het zijn als het uitgegeven kan worden? De komende periode ga ik dus op zoek naar een uitgever, duimen jullie met mij mee dat ik er door kom? Uiteraard houd ik jullie op de hoogte.

Gerelateerd:

Onlybyme interviewt: Esther van der Ham (Hoe ze auteur en uitgever werd.)

Comment

There is no comment on this post. Be the first one.

Leave a comment